Aly Freije

Aly Freije debuteerde met de Groningstalige dichtbundel Wondpoeier, de Kleine Uil, 2009. Haar Nederlandstalige dichtbundel Door het vanggat verscheen bij In de Knipscheer, 2016. Haar prozadebuut, De vloeivelden in kwam ook uit bij In de Knipscheer, 2018.

Gedichten verschenen in Gierik& Nieuw Vlaams Tijdschrift, Het Liegend Konijn, Krakatau, Meander, Extaze, Brakke Hond, Tzum en verder in veel verzamelbundels, zoals in In de kring van menselijke warmte, een ode aan Rogi Wieg, In de Knipscheer, 2017.

Ze trad vooral op noordelijke podia op zoals bij Dichters in de Prinsentuin, het prozafestival Het Grote Gebeuren, Explore the North, Galerie Noord en het muziekfestival Grasnapolski.

Met in het Duits vertaalde gedichten trad ze op in Berlijn bij het festival 48 Stunden Neuköln, 2017, in een performance met een beeldend kunstenaar, een musicus, en een multimedia artiest.

Ze geeft les aan de Schrijversvakschool Groningen in schrijftechnieken en poëzie. En ze geeft soms lezingen over poëzie en schrijfprocessen, eigen website www.alyfreije.nl

Boven keukentafels

I
Tafelkleed onderuit gerukt, alle pionnen op de grond
op een teruggetrokken buitenpost in een regenbos in Norg
spelen ze keer op keer Mens erger je niet, alles heeft een prijs
haten ze roze wandlampjes, tantes dwingende stem
laat zij gaten vallen, waar gehakt wordt
snijden ze zich aan stiltes
klettert alweer de regen, wacht opnieuw het spel

bij de stadsvijver deelt zij haar ligstoel
met krijsende meeuwen, duikt uren in de winter onder
eist gezonde organen, frisse lucht
er moet gelasterd zijn, beklaagd
met een omweg trekken ze naar de engte
van haar trapportaal
wat niet gezien wordt sluipt toch mee naar boven

wat is waarheid, wat werkelijkheid hier, waar een vrouw
zich steeds verder oprolt in verwoede verhalen
onder instabiel gesternte, wisselvallig weer
grepen de spoorbomen bij de overweg per ongeluk niet in?

wat men vindt is weer ontglipt, schaamte legt een deken
niets wordt aan keukentafels nog opgevangen
tussen servet en tafellaken houdt alles zich stil.

II

Wat doet het meisje dat gaat zoeken, ze graaft
door kweekgras naar wijdvertakte wortelstelsels
zoekt de stamboom, brengt vergroeiingen aan het licht
ze stuit onder duivelsgras met een spitvork op geheimen
schudt hersenspinsels los

broeierig zijn de gangen van het stropakkenhuis
ze volgt opnieuw een spoor
roestig pakdraad schramt in een nauwe doorgang
in de lauwe geur van bloed een route
kerft een boodschap in haar bil

wat doet het meisje aan een keukentafel
dat over ijsschotsen de overkant wil halen
ze trotseert gezichten, spreekt de honden toe, zingt
zigzagt langs scherpe randen, waagt de sprong
wat ze vindt is al weer weggeschoven
onder kruiend ijs.

© Aly Freije

Zij vervoegt de klei*

Scheuren trekt ze in de klei, demonteert haar meisjesjaren
onderzoekt gedachtekieren, kneedt woorden, bergt
geheimen op, kan er zomaar tussen vallen

diep zijn de sporen die de vader met rechte hand
haar jeugd in ploegt, hij wijst haar het eerste groen
van wintertarwe, bij God, over de dijk komen alle lijnen samen

hij legt haar languit in de voren, van dichtbij ziet ze
barsten, lieveheerbeestjes ontvouwen vleugeltjes
van glas, zij wil op blote voeten over stoppelvelden rennen-

bij schemer is zij soms te zien met wilde eenden, ze glijden
samen door de klei, glippen sloten in, zoeken bodems af in kopstand

waar de boer onafgebroken zijn lijnen trekt, waggelt
ze achter hem aan, vindt koppig zijn grote hand terug
kneedt de klei in nieuwe vormen.

* Bij boerderij in de Hoekse Waard, voor G. B.

Aly Freije

Uit: Door het vanggat, uitgeverij In de Knipscheer

Recensie De vloeivelden in door Nels Fahner

Een jeugd die nooit ophoudt
De vloeivelden in Novelle Aly Freije
In de Knipscheer, €16,50

‘Daglicht lost op in het donker van de schuur. Over de lemen vloer stroomt hun de warmte tegemoet, het ademen van dieren, de energie van lijven’. Zo begint De vloeivelden in, het prozadebuut van dichter Aly Freije. Meteen aan het begin van het boek worden al je zintuigen aangesproken: het gaat over warmte, licht, geluid. Hier is een dichter aan het woord.
Hoofdpersoon van de novelle is Anna, een boerendochter die opgroeit in een dorp in de Groningse Veenkoloniën. Het is eigenlijk een soort coming of age verhaal. Op zichzelf zijn de gebeurtenissen die worden verteld niet heel spectaculair, het gaat over vriendinnen, over een zieke vader, over een jongen die haar meeneemt het bos in, waarbij je je afvraagt of hij wel te vertrouwen is. De natuur spiegelt de sfeer van het verhaal, die nu eens weids, dan weer onheilspellend is. ‘Rob voert haar steeds verder de bossen in. De geuren worden sterker, ze hoort de oehoegeluiden van een uil. Ze hield al vroeg van die geheimzinnigheid onder de bomen en zag zichzelf met een rugzak dagenlang door een groot woud trekken’.

Vergankelijkheid
Het hele verhaal door hangt er een soort paradoxale sfeer, gevoed door een groot besef van vergankelijkheid. Je beseft opeens weer wat een tweeslachtige tijd de puberteit is. Je staat overal voor open, de wereld ligt ook voor je open, maar tegelijkertijd ben je nog enorm kwetsbaar en naïef. Is deze Rob, een jonge dienstweigeraar die graag jazz luistert, te vertrouwen? Die vraag laat Freije lang boven de pagina’s zweven.
Hoe fraai het geheel ook geschreven is, aan het eind van het boek heb je het gevoel dat er nog veel meer in had gezeten. Er wordt kort verteld dat Anna trouwt met Siep, met wie ze een kind krijgt. Jacob. Maar toch blijkt een eerdere ontmoeting met de tien jaar oudere Marjo bepalend voor haar seksuele voorkeur, ze valt op vrouwen en ze zal uiteindelijk gelukkig worden met Helen- ook al is die relatie niet van paradoxen gespeend.
Het zijn dit soort relationele schemergebieden die eigenlijk veel te weinig in de literatuur beschreven worden. Hoe dan ook is De vloeivelden in een ode aan Groningen, en een fijnbesnaarde karakterschets van een jeugd die nooit ophoudt, hoe oud je ook wordt.

NELS FAHNER

Als veenwichtje bloemen leggen op een lichtstraal

Dagblad van het Noorden vrijdag 8 april 2016
Titel: Door het vanggat. Auteur: Aly Freije
Uitgever: In de Knipscheer.
Prijs: 17,50 euro (84 blz.)
*****
Terwijl de oorlog begint, spaart een jong paar ‘landbouwwerktuigen en liefde op’ en ‘er moet een kind geboren’. In de Oost-Groningense Veenkoloniën , dicht bij de Duitse grens, zag Aly Freije in 1944 het levenslicht. Levenslicht doordrenkt van waaiergras en koren, oogstmachines, paardenhalzen, tepelzalf en tractorolie.
Freije debuteerde in 2009 met Wondpoeier, prachtige poëzie in het Gronings, de taal waarmee ze groot werd. Als dichter is ze groot genoeg om nu ook in het Nederlands te floreren. Deels vertaalde Freije, met veel gevoel voor klank en ritme, verzen uit haar eersteling. Samen met nieuwe gedichten uit Door het vanggat doen ze haar unieke dichterschap volledig recht.
In vijf afdelingen leidt Freije ons door haar leven, de film terugspoelend, kijkend in de spiegel van de tijd. Meer dan eens met de ervaring dat herinneringen verspringen, beelden vaag of weerbarstig zijn. Maar wat weet ze, met loepzuivere taal, veel naar boven te halen: ‘ik lig weer als zomerochtendkind verscholen/in het graan, de zon zendt schitteringen/over het dekschild van een tor’.
De regels komen uit de serie In lichtbundels danst het stof. Voor de Groninger versie kreeg ze in 2008 de Freudenthal-prijs voor nieuwe Nedersaksische literatuur. In het laudatio verwees de jury naar Fern Hill van Dylan Thomas. Wie de serie aan den lijve ondergaat, begrijpt die lof. Freije verbindt er, overtuigend en intens, het landschap van Andalusië aan haar eigen zintuiglijke jeugd: ‘een ander landschap in opgespaarde geuren/nestwarmte, fluisterende klanken zet zich af tegen/tijd en tegenlicht’.
Als wichtje geworteld in moerasland, klinkt er een veenblues door in Freijes poëzie. Bonkaarde is ‘vermengd met mest en zweet’, ‘fijn herfststormstof dringt door op vensterbanken’ en winter pakt uit met ‘witte leegte, angstdromen en dagelijkse motsneeuw’. Maar ten diepste weten en het meisje en haar paard galopperend te ontkomen aan de ‘opgeheven klomp’ en een ‘schuimbekkend veenkanaal’.
Zo overheerst de zomerzang in deze bundel en werpen regels bij roggeoogst opeens een helder licht op de titel: ‘in warme schuren prikken we schoven/van vork tot vork, diep in het vierkant/van lege ruimten, door het vanggat/ hoog opgetast tot aan het dak’. Dat vanggat geeft zicht op het dakraam, en tegelijk op de open vensters in de poëzie van Aly Freije. Zij die bij de crematie van een dierbare schreef: ‘men kan geen bloemen leggen op een lichtstraal/ laat staan een klaproos op een vlam’. Behalve zijzelf.

EPPIE DAM

Sluit Menu